geselecteerd als gefixeerd bericht

Ouessantschapen? Wát voor schapen????
Als je niet toevallig iemand kent die ze heeft, heb je er waarschijnlijk nog nooit van gehoord, tenminste, zo was het bij ons. Omdat er op het internet niet zo veel te vinden is over deze grappige, kleine schaapies, is het aardig hier een soort verzamelpunt te maken voor iedereen die op zoek is naar informatie of wil beginnen met het houden Ouessantschapen. Reageer gerust op de geplaatste berichten of kom met wetenswaardigheden.
Veel plezier.

15 November 2006
By on 05:37
Gras groener aan de overkant…

Die kou is maar niks. Zowel voor ons niet als voor het gras. Gras groeit niet onder de 8 graden dus hebben onze schaapies de boel inmiddels helemaal kort gegraasd op het toch al niet zo heel erg grote stuk land. Dat van de buren, waar geen beesten op lopen, ziet er aanzienlijk groener uit, maar ja, dat is met alles… Tsja, wat doe je eraan. Weinig denk meer dan wachten op de zonnigere tijden denk ik. Ik geloof niet dat de schapen er veel last van hebben. Die vermaken zich zichtbaar kostelijk, zeker als ik met onze hond langs het hek ren, dan springt het jonge ooi speels bokkend met vier poten in de lucht mee… Superrr…

1 June 2006
By on 21:24
Een week lang noodweer

Hoe gezellig zou het zijn om schaap te zijn… Al een week regent en stormt het hier en er is ongetwijfeld weinig aan om met dit weer in een weitje te staan. De schapen staan, zo blijkt, toch liever droog onder het afdak maar zo nu en dan moet er toch gegeten worden en dan zijn ze echt zijknat. Ze geven er volgens mij niet om, maar af en toe komt er een aandoenlijk “beeeh” uit de wei als teken dat ze er nog staan. We zijn geen boeren, da’s duidelijk, die geven er niks om dat schapen nat worden. Part of the job… Wij hobby-isten kijken naar buiten en zeggen tegen elkaar: “Met dit weer is er ook niks aan als schaap…”.


26 May 2006
By on 14:04
Scrapie

De Ouessant is een zeer sterk schapenras die weinig gevoelig is voor ziekten. Zijn oorsprong heeft er voor gezorgd dat het schaap onder sobere omstandigheden gezond kan leven. Toch zijn er een paar ziekten bekend die met enige regelmaat voorkomen. We hebben ze in deze rubriek samengevat in verschillende weblogs.

Bron: Ministerie van Landbouw en Visserij:

Scrapie
Scrapie is net als BSE een TSE (transmissible spongiforme encefalopathieën) een hersenaandoening die in tegenstelling tot BSE niet schadelijk is voor mensen. Scrapie komt bij geiten en schapen voor. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bestrijdt scrapie sinds 1998. De aanpak valt in drie delen uiteen.

1. Op basis van Europese regelgeving is het sinds 1993 verplicht om scrapie te melden. Sinds januari 2002 is het verplicht om geiten en schapen steeksproefsgewijs te testen op TSE. Het gaat om gezonde slachtdieren en risicodieren ouder dan 18 maanden. Dit zijn dezelfde tests als voor BSE bij runderen. Sinds april 2002 is het aantal tests aanzienlijk toegenomen. Elk jaar worden er in de Europese Unie zo’n 350.000 schapen en 50.000 geiten getest. Uit voorzorg wordt bij de slacht risicomateriaal, zoals de hersenen en het ruggenmerg, verwijderd. Ook mag in het veevoer schapen en geiten geen vleesbeendermeel van zoogdieren zitten om de kans op TSE’s te minimaliseren.
2. Op schapenhouderijen die besmet zijn met scrapie worden sinds 1 oktober 2003 de voor scrapie gevoelige dieren gedood en vernietigd. Op besmette geitenhouderijen moeten alle dieren worden gedood en vernietigd.
3. Tenslotte is Nederland al erg ver met een speciaal fokprogramma om schapen resistent te maken voor TSE’s. Het is al vele jaren bekend dat schapen met een bepaalde genetische structuur meer resistent zijn tegen scrapie of BSE dan andere schapen. Helaas is bij geiten nog te weinig bekend over de erfelijke achtergrond van TSE-gevoeligheid. Daarom wordt bij deze dieren niet op ongevoeligheid gefokt.

Fokprogramma

De bedoeling van het fokprogramma is om rammen die immuun zijn voor TSE’s in het hele land te gebruiken, zodat langzaam maar zeker TSE’s als scrapie en BSE uit alle schapen verdwijnen. Sinds oktober 2004 is het in Nederland verplicht om TSE ongevoelige rammen in te zetten in alle kuddes met tien of meer ooien.
De inzet van TSE ongevoelige rammen was tot september 2005 nog niet verplicht voor (hobbymatige) schapenhouders met minder dan tien ooien. In 2005 is besloten dat in beginsel alle schapenhouders een ongevoelige ram moeten inzetten. Daarvan blijven vrijgesteld de schapenhouders die minder dan 10 ooien hebben van een aantal met name genoemde bijzondere en/of buitenlandse rassen. Op de website van het PVE is de lijst te vinden waarop de desbetreffende rassen zijn vermeld. Overigens zal het aanbod aan ongevoelige rammen in de komende jaren zo groot worden, dat veel van deze rammen vanzelf in de hobbydierhouderij terechtkomen.
Behalve de vrijstelling hierboven is er ook een vrijstelling voor een aantal bijzondere inheemse schapenrassen. Bij deze rassen is nogal eens het probleem dat er weinig ongevoeligheidsgenen in de populatie aanwezig zijn. Een te hoog tempo van fokken op TSE-ongevoeligheid heeft dan een risico op inteelt. Om die reden is aan stamboeken, ook voor de grote kuddes, onder voorwaarden de gelegenheid gegeven om af te wijken van de verplichte inzet van ongevoelige rammen.

Voor geiten is er geen speciaal fokprogramma. Scrapie komt niet vaak voor bij geiten en het onderzoek daarnaar is nog in het beginstadium. Omdat scrapie bij schapen al veel eeuwen bekend is, is de kennis hierover groter en dat maakt een speciaal fokprogramma mogelijk.

20 May 2006
By on 22:18
Zwoegerziekte

Zwoegerziekte (maedi-visna) is een besmettelijke longaandoening bij schapen, die veroorzaakt wordt door een lentivirus, die behoort tot de retrovirussen. De ziekte is verwant aan Caprine arthritis encephalitis (CAE), wat bij geiten voorkomt.

De ziekteverschijnselen zijn sterke vermagering, ademhalingsmoeilijkheden (zwoegende ademhaling), uierproblemen en minder melkgift. Uiteindelijk sterft het schaap. Plotselinge sterfte kan plaatsvinden na inspanning, opjagen of bijkomende infectie.

De besmetting vindt plaats via de melk of de uitademingslucht. Niet alleen schapen maar ook geiten kunnen het virus doorgeven. Geiten krijgen geen zwoegerziekte, de ziekte is diersoortspecifiek. Na een infectie duurt het maanden en soms jaren voor er antistoffen tegen het virus in het bloed aanwezig zijn. De eerste ziekteverschijnselen verschijnen nog later. Hierdoor komt de ziekte voornamelijk voor bij oudere dieren. Er is geen behandeling voor en vaccinatie of inenting is er niet.

Bestrijding
Zwoegerziekte komt voor in Europa, Noord-Amerika en in een paar landen in Afrika en Zuid-Amerika. De ziekte is één van de grootste problemen in de Nederlandse schapenhouderij. Door middel van bloedonderzoek kan vastgesteld worden of een schaap besmet is. De positief reagerende schapen worden afgevoerd. Als na een aantal bloedonderzoeken blijkt dat er geen besmette dieren op een bedrijf aanwezig zijn, krijgt het bedrijf een zwoegervrij certificaat. Daarna zal om het jaar weer een bloedonderzoek plaatsvinden om het certificaat te behouden.

Het doel van de certificering is dat op termijn de gehele Nederlandse schapenstapel vrij zal zijn van zwoegerziekte.[u]


By on 22:13
Leverbot hoe en wat

Symptomen:

Een infectie met de leverbot is voornamelijk bij schapen bekend, hiervan zijn de symptomen duidelijk. Een leverbotinfectie kan ingedeeld worden in een acute of chronische ziekte:

1. Acute infectie
Een acute leverbotinfectie treedt op 5 tot 6 weken na opname van besmettelijke cysten. Door een plotse leverinvasie van jonge leverbotjes kan schade aan de lever optreden. Dit leidt tot leverfalen, bloedingen in de buikholte en een plotse dood kan optreden.
2. Chronische infectie
Een chronische leverbotinfectie ontwikkeld zich langzaam en wordt veroorzaakt door de volwassen parasiet, die jarenlang in de galgangen van de gastheer kan verblijven. Hierdoor treden verstoppingen van de galgangen op, schade aan leverweefsel, leverfibrose en anemie. Vaak vertoont het dier een vertraagde groei en voedselvertering, een doffe vacht en chronische diarree. Ook een verdikte keel t.g.v. vochtophoping komt voor.

Hoewel een leverbotinfectie bij paarden en pony’s vrij zelden wordt gezien of beschreven, komt onze eigen dierenarts steeds vaker paarden in zijn praktijk tegen, die hij hiervan verdenkt. Hierbij zijn de volgende kenmerken opvallend: alle paarden zweten na het eten en zijn koliekgevoelig, sommige paarden hebben bloedarmoede (anemie) en enkele dieren zijn gevoelig voor hoefbevangenheid.

Oorzaken:

Een leverbotinfectie wordt veroorzaakt door de parasiet Fasciola hepatica (een platworm) en komt vooral bij schapen voor, maar ook andere grasetende dieren kunnen besmet raken. Eitjes van de leverbot hebben een tussengastheer, de slak Lymnaea tomentosa, nodig om besmettelijk te worden. In deze slak vermenigvuldigen de eitjes zich bij de juiste temperatuur in een groot aantal besmettelijke cysten. In de winter vindt geen ontwikkeling plaats, en in ons land vindt de grootste besmetting in de herfst plaats. Via besmet gras of hooi kunnen de cysten door de gastheer opgenomen worden. Hier komen de larven vrij en migreren via het maagdarmkanaal naar de lever. Uiteindelijk gaan ze de galgangen in (4-5 weken na besmetting), waar ze tot volwassen leverbotten uitgroeien. Wanneer ze eieren gaan produceren, kunnen deze via de mest van de gastheer worden uitgescheiden, waarna andere dieren besmet kunnen worden.

Behandeling:

Het is bekend dat de leverbotslak voorkomt in moerassige gebieden met traag stromend water. Vooral na een natte zomer, gevolgd door een zachte winter kunnen leverbot-besmettingen optreden. Hoewel infecties veel bij schapen optreden, komen de laatste jaren ook steeds vaker besmettingen bij paarden voor (wel of niet herkend).
Preventief kan men ervoor zorgen dat de dieren op droge weiden staan, eventueel kan men besmette gebieden met slakkengif bewerken. Het meest effectieve wormmiddel tegen de leverbot zelf is Fascinex, dit bevat Triclabendazol en werkt al tegen jonge leverbotten van 1 jaar oud. Elke 2-4 maanden hiermee ontwormen kan noodzakelijk zijn om de leverbot geheel kwijt te raken, dit kan gedurende enkele jaren nodig zijn. Ter ondersteuning van het dier kunt u Anemiacur geven om de bloedarmoede te verhelpen en Hepacur om de conditie van de lever te vergroten.

D.m.v. mestonderzoek is het mogelijk 2-3 maanden na infectie eieren van de leverbot aan te tonen in de faeces van een besmet dier. Momenteel is bloedonderzoek op Fasciola hepatica mogelijk voor runderen, dit is echter (nog) niet voor paarden, schapen en andere dieren getest.


By on 22:09
I&R regeling, UBN nummeraanvraag en oormerken

I&R regeling
I&R staat voor Identificatie & Registratie van landbouwhuisdieren. Met het I&R-systeem kan de overheid dieren snel opsporen. Dit is van cruciaal belang bij een uitbraak van een dierziekte. I&R is een Europese verplichting. In Nederland houdt het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) toezicht op het naleven van de I&R-richtlijnen. Op de site van het Ministerie kunt u de folder over Identificatie en registratie (I&R) van schapen en geiten downloaden www.minlnv.nl

Locatie vastleggen
Om uw dieren te kunnen registreren, moet u eerst bekend staan in het I&R-systeem. In dit systeem wordt het adres vastgelegd waar de dieren worden gehouden. Dit adres of de locatie heet de Meldingseenheid (ME). Voor de registratie van ME’s wordt een nummer uitgegeven: het Unieke Bedrijfsnummer (UBN).

UBN nummer aanvragen
Schapen- en geitenhouders hebben te maken met overheidsrichtlijnen voor verplichte dierregistratie en -administratie: de I&R-regeling. De eerste stap in het registreren van uw dieren is het aanvragen van een Uniek Bedrijfsnummer (UBN). Een UBN vraagt u telefonisch aan bij het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (LNV-Loket: 0800 – 22 333 22). Na toewijzing van een UBN ontvangt u een bevestiging.

Bestellen van oormerken
De oormerken bestelt u via een speciaal formulier. Dit formulier ontvangt u automatisch, nadat u eerst telefonisch een Uniek Bedrijfsnummer (UBN) heeft aangevraagd bij het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit. Op het formulier vult u uw bestelling voor oormerken in. U geeft ook aan of u een aanbrengtang wilt ontvangen. Het bestelformulier stuurt u naar het I&R Bureau LNV in Deventer. Dit bureau zorgt ervoor dat de bestelling bij de leverancier terechtkomt. U ontvangt de oormerken (en de factuur) rechtstreeks van de leverancier.

(Bron: Ministerie van LNV)


By on 20:09
Maatregel tegen Scrapie: Alleen nog resistente ram

Vanaf 18 september 2005 moeten alle schapenbedrijven een resistente ram gebruiken. Dit staat in de gewijzigde verordening ‘Fokken TSE-ongevoelige schapen’ van het Productschap voor Vee en Vlees. Eerder waren alleen bedrijven met tien ooien of meer verplicht, deze regel is nu vervallen. Het aantal dieren op het bedrijf speelt geen rol meer bij het inzetten van een resistente ram.
Het grote voordeel van het gebruik van resistente dekrammen is dat de kans op scrapie vermindert. Dankzij de verplichting die in 2004 inging, hoeven vanaf 2005 jaarlijks op besmette bedrijven ongeveer 12.000 schapen minder te worden geruimd. Ook hoeven op besmette bedrijven minder dieren te worden onderzocht. Dit bespaart de overheid en de schapensector ongeveer twee miljoen euro per jaar.

Een enquête onder schapenhouders leert dat schapenhouders met meer dan negen ooien het afgelopen jaar overwegend resistente rammen inzetten(75%). Verwacht wordt dat dit aandeel nog zal groeien. Schapenhouders met minder dan 9 ooien zetten slechts beperkt (25 %) een resistente ram in. De nieuwe verplichting moet ervoor zorgen dat alle schapenhouders een resistente ram gebruiken. Een tweede doel is het versterken van het draagvlak onder de schapenhouders met meer dan negen schapen voor het gebruik van een resistente ram.

Niet bij alle rassen moet verplicht gebruik gemaakt te worden van een resistente ram. Een lijst van de uitzonderingen staat in de verordening, klik DEZE LINK om deze te lezen.

Bron: www.scrapie.nl


By on 17:43
Schaapjes op het droge

De storm van vannacht en gisteren heeft geen indruk gemaakt op het zelfgebouwde schapenonderkomen. Nu pas, na ruim 2 weken, hebben de schapen door dat het hok ze droog houdt. Blijkbaar is een beetje ouessantschaap wel in voor een regenbuitje! Ze lopen gewoon in de regen heen en weer terwijl ze ook droog kunnen gaan staan. De regen doet in ieder geval weel goed voor de wei die zichtbaar opknapt na de droge week.
Het kleine schaapie blijkt gek te zijn op knabbelen. Van emmers tot ritssluitingen en zelfs schuttingdelen zijn niet veilig.

19 May 2006
By on 18:24
Ouessantjes flink aan de schijt

We zijn er voor het eerst, sinds de schaapies er staan, een paar dagen tussenuit geweest, weg van huis en schapen. Tussentijds werd er gewillig door een buurvrouwtje gezorgd dat hun vaste dagelijkse service: vers water en handje bix, gewoon doorging. En na die paar dagen leefde ze nog steeds, dus het zal wel goed gegaan zijn.

Elke dag worden de “droppings” geruimd door de poepschep-brigade (mijn vrouw) die het stuk weiland zo lekker schoon houdt. Het valt me op dat schapen nog flink wat schijten, maar dat zal wel zo horen. Leuk om te merken is dat iedereen de beesten kan aanhalen. Als ik zelf langs het hek loop, met de hond of richting mijn auto, wordt ik luidkeels blatend begroet. Dat is nog best een hard geluid. Leuk, maar ‘s-morgens vroeg en ‘s-avonds laat stil is buiten, is het wat minder prettig voor de buren maar dat is bijzaak. Ik heb nog niemand horen klagen gelukkig.
Inmiddels is de moeder-ooi “omgedoopt” naar Truusje i.p.v. Melissa. Je moet wat…Guusje en Truusje, het moet niet gekker worden…

16 May 2006
By on 21:07